Er zit een pony op mijn hoofd. De variant die niet hinnikt en niet stinkt. Zonder hoeven, maar wel met haar. Míjn haar, om precies te zijn. Maar dan veel korter dan voorheen.
Dat wilde ik zelf, zonder het eerst te weten. Het idee ontstond op de dag dat ik een van de grootst mogelijke fouten maakte die je bij een kapper maken kunt. Zeker als het een kapper is die je niet kent. “Ik wil graag iets anders, zodat mensen eindelijk eens zien dat ik naar de kapper ben geweest!”, kwam er uit mijn mond. De artistiek ogende kapster met zwart kroeshaar wat alle kanten uit ging zonder last te hebben van de zwaartekracht, plukte wat aan mijn haar, mompelde iets van “Misschien een pony?”, deed wat knipjes, liet me heel lang wachten, deed nog wat gefriemel en toen stond ik buiten. Zonder pony, maar wel met een haarmisbaksel. Niet naast me, maar op míjn hoofd. Al zag ik dat laatste pas achteraf, en nu, maanden later, nog steeds.
Het pony-woord bleef in mijn hoofd hangen en elke dag als ik in de trein of de bus zat, door de stad liep of tv keek, zag ik een goed geknipt stuk haar over het voorhoofd van vrouwen hangen. Ik staarde er gefascineerd naar totdat ik boze blikken kreeg die mij zonder woorden vroegen wat er nou zo bijzonder was. Nou, zo’n kapsel hè, zo eentje als jij hebt, dat wil ik toch eigenlijk ook wel een keer, was het verzwegen antwoord.
De volgende kapsalon die ik bezocht had een kapster in dienst die de gok niet durfde te wagen en mij een lok gaf die sprekend leek op de hare. Maar dan iets minder goed gelukt. De daarop volgende keer bezocht ik gewoon weer een andere knipmevrouw. Ze kreeg een voorzichtig om een pony vragend meisje in de stoel. Die daarna ineens vrolijker was, want: ze wilde het doen!
In een paar minuten was het gebeurd en lagen de haren op mijn schoot. Ze dreven ook in mijn koffie. Ze waren afgeknipt omdat ze toevallig aan de voorkant van mijn hoofd waren gegroeid in plaats van aan de achterkant. Heel zielig.
De stijltang kwam er aan te pas en met een totaal nieuwe look, liep ik de deur uit. Ik voelde me ondanks dat toch een meisje met iets op haar voorhoofd wat daar niet hoorde en ook nog eens heel aanwezig was. Het leek alsof iedereen aan me zag dat mijn haar mij verwarde, me aanstaarde en in zijn of haar hoofd dacht: hihihihi! Een combinatie van menselijk uitlachen en paardenpony-gegiechel (want wie zegt dat hinniken voor die dieren hetzelfde is als praten voor ons?), ofzoiets.
Sinds mijn thuiskomst die dag, is mijn naam vervangen door een gniffelend “Pony!”. Herhaaldelijk uitgesproken, elke keer als mijn gezinsleden mij bekeken. Dat was dus best wel heel erg vaak.
Nu worstel ik al een paar weken elke ochtend met mijn eigenwijze haar dat in de slag schiet en eigenlijk het liefst een leven als krulhaar zou willen hebben. Mijn scheiding (niet van een man, maar van twee haarhelften met een grenslijn van huid) die altijd op dezelfde manier valt, wil daar eigenlijk niet mee ophouden. Ook opmerkelijk: de rechterlokken van mijn haar krullen onderaan naar links en de linkerlokken willen op hun beurt liever naar rechts. En wanneer de ene kant naar binnen buigt, buigt de andere naar buiten of gaat het stijl omlaag. Om nog maar niet te spreken over mijn net-uit-bed-uiterlijk met recht overeind staand haar alsof iemand er terwijl ik sliep een halve pot gel in heeft gesmeerd en het korte haar zo gek mogelijk overeind heeft gezet. Soms begin ik, maar dat geef ik niet hardop toe, te denken, hadden die eerste twee knipmevrouwen mij dan tóch leed bespaard?
Gelukkig bestaat er zoiets als een stijltang. Al heb ik dan net weer de verkeerde gekocht. Of is het normaal dat ik al na een paar seconden mijn voorhoofd en vingers verbrand nadat die in aanraking zijn gekomen met net behandeld haar? Als we een brandalarm zouden hebben, zou het al een paar keer zijn afgegaan, dat weet ik wél. Of het na al dat harde werken nou mooier is dan het kapsel dat ik vroeger had, is ook nog maar de vraag.
Niemand zegt van wel en ook mij is het een raadsel. Nu heeft het ponyhaar alweer bijna een lengte die niet pony-achtig meer is (en dat zónder paardenstront als mest), zeg maar zo lang dat ik een blindegeleidehond nodig heb, dus het laten groeien tot normaal haar is vanaf nu best te doen. Velen moedigen dit, niet zo subtiel, aan. Maar Ivanka is eigenwijs. Dus galoppeert ze de komende tijd nog even verder in pony-ergernis.